Diagnose fibromyalgie
Er bestaat geen bloedtest of scan die fibromyalgie kan aantonen. De arts stelt de diagnose op basis van de klachten: hoe lang de pijn al bestaat, waar in het lichaam die zit en welke andere klachten erbij horen. Aanvullend onderzoek, zoals bloedonderzoek, is vooral bedoeld om na te gaan of er een andere verklaring voor de klachten is. Hieronder staat hoe dat in de praktijk gaat en welke criteria artsen daarbij gebruiken.
Eerst naar de huisarts
Bij langdurige pijn op meerdere plekken in het lichaam is een bezoek aan de huisarts de eerste stap. De huisarts kan de diagnose fibromyalgie zelf stellen. Soms volgt een verwijzing naar een reumatoloog, internist of revalidatiearts, bijvoorbeeld wanneer de klachten ook op een andere aandoening kunnen wijzen, zoals een gewrichtsontsteking.
Het gesprek
Het belangrijkste deel van de diagnose is het gesprek met de arts. Onderwerpen die daarbij aan bod komen zijn bijvoorbeeld:
- Waar de pijn zit en hoe lang die al bestaat.
- Vermoeidheid en of iemand uitgerust wakker wordt.
- Moeite met concentreren of onthouden.
- Andere klachten, zoals hoofdpijn of buikklachten.
- Wat de klachten erger of juist minder maakt.
- Het gebruik van medicijnen.
- Eerdere ziektes en reuma in de familie.
Lichamelijk onderzoek
Daarna volgt lichamelijk onderzoek, waarbij de arts onder meer naar de gewrichten en spieren kijkt. Bij fibromyalgie zijn de gewrichten niet gezwollen of ontstoken. Is dat wel het geval, dan wijst dat eerder op een andere vorm van reuma.
Bloedonderzoek en ander aanvullend onderzoek
Bij fibromyalgie zijn de uitslagen van bloedonderzoek normaal. Toch wordt vaak bloed geprikt, om andere oorzaken van pijn en vermoeidheid uit te sluiten. Daarbij kan gekeken worden naar bijvoorbeeld bloedarmoede, ontstekingswaarden, de werking van de schildklier en een tekort aan vitamine B12 of vitamine D. Een vitamine B12-tekort geeft klachten die sterk op fibromyalgie lijken. Röntgenfoto's of andere scans zijn alleen nodig als er aanwijzingen zijn voor een andere aandoening.
De criteria: van 18 drukpunten naar de fibromyalgiescore
Vroeger werd de diagnose vooral gesteld met de zogenaamde tenderpoints: 18 vaste drukpunten op het lichaam, onder meer in de nek, de schouders, de onderrug en de heupen. Volgens de criteria uit 1990 was er sprake van fibromyalgie als minstens 11 van de 18 punten pijnlijk waren bij drukken, en de pijn al minstens drie maanden aanwezig was.
Tegenwoordig staan de drukpunten niet meer centraal. Het tellen van drukpunten bleek in de praktijk lastig en verschilde sterk per arts. Bovendien bleef een belangrijk deel van de klachten, zoals vermoeidheid en concentratieproblemen, buiten beeld. Daarom zijn de criteria in 2010 aangepast en in 2016 opnieuw herzien. Artsen kijken nu naar twee scores samen, de fibromyalgiescore.
De pijnscore
De arts gaat na op welke van 19 plekken in het lichaam de afgelopen week pijn aanwezig was, zoals de schouders, armen, heupen, benen, kaak, nek en rug. Elke plek telt voor één punt, dus de pijnscore loopt van 0 tot 19.
De symptoomscore
Daarnaast krijgt de ernst van drie klachten een score: vermoeidheid, niet uitgerust wakker worden en moeite met nadenken of concentreren. Elke klacht krijgt 0 tot 3 punten. Daar komt één punt bij voor elk van deze klachten in het afgelopen halfjaar: hoofdpijn, pijn of krampen in de onderbuik, en somberheid. De symptoomscore loopt zo van 0 tot 12.
Wanneer is het fibromyalgie?
Volgens de criteria van 2016 is sprake van fibromyalgie als:
- De pijn verspreid is over het lichaam: in minstens 4 van de 5 lichaamsgebieden (links en rechts boven, links en rechts onder, en de romp).
- De klachten al minstens drie maanden in ongeveer dezelfde mate aanwezig zijn.
- De pijnscore minstens 7 is en de symptoomscore minstens 5, óf de pijnscore 4 tot 6 is en de symptoomscore minstens 9.
De pijnscore en de symptoomscore samen vormen de fibromyalgiescore. Bij fibromyalgie is die meestal 12 of hoger. Deze scores zijn niet bedoeld als zelftest: de arts beoordeelt ze altijd samen met het gesprek en het onderzoek.
Fibromyalgie naast een andere aandoening
Vroeger gold dat fibromyalgie pas kon worden vastgesteld als alle andere aandoeningen waren uitgesloten. Volgens de huidige criteria kan fibromyalgie ook voorkomen naast een andere ziekte, zoals reumatoïde artritis, artrose of het prikkelbare darmsyndroom. Andersom betekent de diagnose fibromyalgie niet dat een andere ziekte is uitgesloten. Het blijft dus belangrijk dat de arts nagaat of er nog iets anders speelt, en dat nieuwe of veranderende klachten altijd worden nagekeken.
De afspraak voorbereiden
Omdat de diagnose grotendeels afhangt van de beschrijving van de klachten, helpt een goede voorbereiding:
- Een paar weken bijhouden waar de pijn zit, hoe erg die is en hoe de nachtrust was.
- Andere klachten opschrijven, zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, hoofdpijn of darmklachten.
- Een lijst meenemen van alle medicijnen en supplementen.
- Noteren wat al is geprobeerd en wat wel of niet hielp.
- Eventueel iemand meenemen die mee kan luisteren.
Na de diagnose
Een diagnose geeft vaak duidelijkheid na een lange periode van onzekerheid. Daarna volgt een gesprek met de arts over een passende behandeling. Meer hierover staat bij fibromyalgie behandelen en omgaan met fibromyalgie.
Deze informatie is algemeen van aard en vervangt geen advies van een arts. Bij klachten is de huisarts het eerste aanspreekpunt.